11 januari 2016

Dierenpark

Pauw

(Pavo) is een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn twee soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus) en de groene pauw (Pavo musicus).

Ze vallen binnen de grote familie van de fazantachtigen (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes.De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel. Pauwen komen voor in oeroude volksverhalen, daarin horen pauwen bij de liefde en bij de goden. Veel mensen geloven dat het geluk brengt een pauwenveer te vinden. Bij het lokken van vrouwtjes en de paringsdans speelt de imposante staart een voor de hand liggende rol. Het uitzetten van de reusachtige staart is echter ook een effectieve afschrikking tegen roofdieren. Dit kan het evolutionair voordeel verklaren.

Nandoe

40 nandoes eten even veel als één koe.
Het mannetje roept in de paartijd luid om de vrouwtjes te lokken. Tijdens de balts poogt hij met veel vertoon van vleugels indruk te maken. Het vrouwtje legt tot vijftig eieren in een grondnest dat door verschillende soortgenoten wordt gebruikt. Het mannetje broedt vervolgens de eieren uit. Ook brengt het mannetje gedurende circa zes weken de kuikens groot. Mannetjes en vrouwtjes vormen geen blijvende paren.

Een nandoe lijkt uiterlijk veel op een struisvogel, maar is beduidend kleiner en lichter. Een volwassen nandoe is ongeveer 90 tot 150 cm lang en 20 kg zwaar.  Andere verschillen met een struisvogel zijn dat een nandoe drie tenen heeft in plaats van twee en dat de seksen nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

Wallaby

Wallaby is de naam die wordt gegeven aan verscheidene soorten kleine tot middelgrote kangoeroes. Er is echter geen vaste grens die stelt wanneer een kangoeroe een wallaby is, en wanneer niet. Het woord wallaby komt uit de taal van de Eora, een Aboriginal-stam die oorspronkelijk leefde in het gebied waar nu Sydney ligt.

De parma wallaby is een kleine kangoeroesoort die in Eastern New South Wales, in Australië en in Nieuw Zeeland voorkomt en voornamelijk gras en kruiden eet. Deze kangoeroe (wetenschappelijke naam Macropus parma), wordt maximum 9 jaar oud. Hij heeft een gemiddelde lengte van 45 tot 55cm met een staart van ongeveer dezelfde lengte en weegt gemiddeld 3 tot 6kg. Hiermee is het de kleinste Macropus-soort, met een gewicht van slechts een tiende van de grootste soort van onder Macropus, de rode reuzenkangoeroe. Ze komen voor in regenwouden en droge bossen met dik kreupelhout en grassige gebieden. Ze zijn bruingrijs tot lichtgrijs gekleurd en hebben meestal bruine schouders en bovenarmen. Het snorgebied is soms in kleine of grote mate wit gekleurd. Momenteel hebben ze de bedreigde status.

De parma wallaby leeft gewoonlijk solitair of in groepjes van 2 of 3 en zijn geslachtsrijp vanaf ze ongeveer 1 jaar oud zijn. Ze dragen 35 dagen om dan een jong te baren dat zoals bij alle buideldieren piepklein is en naar de buidel kruipt. Daar zuigt het zich vast aan 1 van de tepels om er vervolgens ongeveer 8 maanden te verblijven. Het jong komt nog tot lang na het verlaten van de buidel bij de moeder drinken.

Alpaca’s

De Alpaca is net als de Lama en dromedaris een kameelachtige. De Alpaca komt van oorsprong uit Zuid-Amerika en dan voornamelijk uit Peru en Chili. De alpaca wordt in de hoge Andes als huisdier gehouden. Hij heeft een schofthoogte van 90 cm en een lange hals, met een lange vacht, dikwijls tot aan de grond reikend. De vacht komt voor in meer dan 22 erkende kleurslagen. Bontgekleurde dieren zijn veel zeldzamer.

Er zijn 2 groepen van Alpaca’s  t.w. de Huacaya en de Suri. Ongeveer 90 % bestaat de populatie uit Huacaya’s en voor 10% uit Suri’s. De Huacaya heeft wol dat veel weg heeft van schapenwol, van de Suri is het veel langer en veel fijner. Het lijkt op dreadlocks die langs het lijf hangen.

Al meer dan 5000 jaar geleden gebruikten de Inca’s deze dieren als lastdieren en ook voor de wol waarmee ze kleding fabriceerden. Ongeveer 30 jaar geleden is de fokkerij ontstaan in Australië, Nieuw Zeeland en Europa. De eerste twee bezitten zeer grote ranches waar enkele duizenden stuks normaal zijn. Redenen waarom de Alpaca zo populair is komt doordat ze teder, intelligent en gevoelig zijn. Men houdt ze graag in een hobbyweide of men heeft ze voor de wol.

Vaak wordt er gezegd dat de Alpaca een herkauwer is, maar dat is onjuist. Het kauwen dat hij doet is om speeksel te produceren waarmee hij het eten kan verorberen. Het is een geheel ander spijsverteringsstelsel als dat van bijvoorbeeld een koe.

Damherten

Het damhert staat wat formaat betreft tussen ree en edelhert in. De kleur van zijn vacht is oorspronkelijk roodbruin, zwart of gevlekt, maar er komen (ook binnen één roedel) veel kleurvarianten en zelfs effen zwart en geheel witte exemplaren voor. Bovendien heeft het damhert een zomervacht en wintervacht die qua kleur van elkaar verschillen. Bij alle dieren loopt een donkere aalstreep vanaf de staartwortel over het laatste deel van de rug. Het achterwerk, ook wel spiegel genoemd, is vaak wit (niet altijd) met een zwarte middenstreep en aan de bovenzijde zwart omrand.

Zijn staart is opvallend lang met aan de bovenzijde een donkere lengtestreep. Hij heeft donkere ogen, grote oren die duidelijk aan de zijkant van de kop uitsteken. Zijn snuit is spits met een zwarte neusspiegel en duidelijk zichtbare neusgaten. De witte vlek op de onderlip (zoals bij ree en hert) ontbreekt.

Volwassen mannetjes hebben een opvallende adamsappel en een schoffelvormig gewei. Het formaat van het gewei hangt sterk af van erfelijke eigenschappen, leeftijd en conditie. In het tweede jaar is het gewei spiesvormig en vanaf het derde jaar ontwikkelen zich zijtakken en wordt het gewei handvormig. Een geweistang (1 zijde van het gewei) kan circa 50 cm lang worden. Als een damhert 8-12 jaar is, heeft het gewei zijn maximale grootte bereikt en op latere leeftijd wordt het weer kleiner. Het gewei wordt elk jaar weer in april of mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. Het gewei is eerst bedekt door de basthuid, een dunne laag vaten met huid. Die basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd, waarna het bekende hoornige gewei bloot komt te liggen.